Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De verdere procedure
- F9-formulier/akte van de vrouw van 1 juni 2021;
2.De verdere beoordeling
3.De beslissing
28 juli 2021.
Rechtbank Noord-Holland
Partijen zijn gescheiden en verzoeken de rechtbank om de wijze van verdeling van hun gezamenlijke woning, bankrekeningen en de vaststelling van onderhoudsbijdragen. De rechtbank constateert dat partijen niet duidelijk hebben verzocht om de verdeling vast te stellen, maar wel om de wijze van verdeling te gelasten. Daarom stelt de rechtbank de wijze van verdeling vast.
De woning wordt toegedeeld aan de man tegen een waarde van €350.000,- onder de opschortende voorwaarde dat de vrouw uiterlijk 1 november 2021 wordt ontslagen uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld. Indien de man de woning niet overneemt, zal deze worden verkocht aan een derde. Partijen zijn verplicht mee te werken aan de verkoop en dragen de kosten daarvan gezamenlijk.
De rechtbank wijst het verzoek van de man af om een gebruiksvergoeding te betalen, evenals zijn verzoek tot toedeling van een pc en horloge. De bankrekeningen worden verdeeld waarbij de vrouw €404,- aan de man moet vergoeden. De rechtbank stelt de onderhoudsbijdrage voor het kind vast op €278,- per maand en de partnerbijdrage op €477,- tot 1 februari 2022 en €576,- daarna, met aanpassingen afhankelijk van de overname van de woning door de man.
De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot deelname aan het traject "Ouderschap Blijft". De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank gelast de wijze van verdeling van de woning en bankrekeningen en stelt de onderhoudsbijdragen vast met ingang van 1 juni 2021.