ECLI:NL:RBNHO:2021:11744
Rechtbank Noord-Holland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen last onder dwangsom voor verwijderen vaartuig aanmeervoorziening
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. De last hield in dat eiser zijn vaartuig uiterlijk 3 augustus 2020 moest verwijderen van een locatie, op straffe van een dwangsom van €300 per dag tot een maximum van €1.500. Verweerder had deze dwangsom ook daadwerkelijk ingevorderd.
De rechtbank oordeelt dat de wettelijke grondslag voor de last onvoldoende is. Verweerder baseerde zich op overtreding van artikel 6.33, derde lid van de Verordening Fysiek Domein, dat het innemen van een ligplaats met een vaartuig dat meer dan 1 meter uitsteekt buiten de steiger of aanmeervoorziening verbiedt. Verweerder stelde dat met aanmeervoorziening één enkele bolder werd bedoeld, maar de rechtbank volgt dit niet omdat het vaartuig aan twee bolders ligt en het totaal aantal bolders bedoeld moet zijn.
Verder is niet vastgesteld dat het vaartuig daadwerkelijk meer dan een meter uitstak buiten het totaal aantal bolders. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en hoeft eiser de dwangsom niet te betalen. Ook wordt verweerder opgedragen het betaalde griffierecht van €181 aan eiser te vergoeden. Een proceskostenvergoeding wordt niet toegekend omdat eiser geen rechtsbijstand had ingeschakeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.