ECLI:NL:RBNHO:2021:11622

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 december 2021
Publicatiedatum
16 december 2021
Zaaknummer
HAA 21/269 V
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:4 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant niet tijdig het griffierecht had voldaan en geen afschrift van het bestreden besluit had overgelegd.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring stelde opposant verzet in. De rechtbank onderzocht eerst of het verzet tijdig was ingediend en concludeerde dat het verzetschrift later was ontvangen dan de wettelijke termijn, maar dat redelijkerwijs niet kon worden geoordeeld dat opposant in verzuim was geweest, zodat het verzet toch inhoudelijk werd beoordeeld.

Opposant voerde in het verzet onder meer aan dat zij brieven had gestuurd aan diverse instanties en dat haar huis en tuin beschadigd waren, met een verzoek tot herstel en smartengeld. De rechtbank oordeelde echter dat het verzet zich alleen richt op de vraag of de vereenvoudigde behandeling van het beroep terecht was toegepast en dat opposant geen inhoudelijke gronden had aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en bleef de buiten-zittinguitspraak van 7 mei 2021 in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzet van opposant wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 21/269 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2021 op het verzet van

[opposant] (hierna: [opposant]), wonende te [woonplaats].

Procesverloop

[opposant] heeft tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: het college) van 4 januari 2021 beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 7 mei 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
[opposant] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
[opposant] heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat [opposant] niet (tijdig) het verschuldigde griffierecht heeft voldaan. Daarbij heeft [opposant] binnen de door de rechtbank gestelde termijn geen afschrift van het bestreden besluit overgelegd.
2. Alvorens in deze verzetzaak te kunnen beoordelen of de rechtbank in de buiten-zittinguitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is, dient de rechtbank ambtshalve eerst na te gaan of [opposant] haar verzetschrift tijdig heeft ingediend.
3. Gelet op het bepaalde in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb zijn bij de beoordeling van het verzet onder meer de artikelen 6:4, derde lid, 6:5 tot en met 6:9 en 6:11 van de Awb van overeenkomstige toepassing.
4. Op grond van artikel 6:7 van Pro de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een verzetschrift zes weken. De termijn vangt op grond van artikel 6:8 Awb Pro aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak aan belanghebbende is verzonden.
5. Op grond van het bepaalde in artikel 6:11 van Pro de Awb blijft
niet-ontvankelijkverklaring ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
6. In het onderhavige geval is de uitspraak door de rechtbank op 7 mei 2021 verzonden. De verzetstermijn vangt derhalve aan op 8 mei 2021 en eindigt op 18 juni 2021. Het verzetschrift is op de juiste afdeling van de rechtbank ontvangen op 28 september 2021. Het verzet is daarmee niet ingediend binnen zes weken na de dag waarop de uitspraak is bekendgemaakt.
7. Bij aangetekende brief van 4 oktober 2021 is aan [opposant] verzocht aan te tonen (bijvoorbeeld door een bewijs van aangetekend verzenden) dat het verzetschrift, zoals zij stelt, reeds op 11 juni 2021 in bezit zou zijn van de rechtbank.
[opposant] stelt bij brief van 11 oktober 2021 dat zij het verzetschrift heeft afgegeven bij de bodebalie van de rechtbank in Haarlem en dat het poststuk daar is afgestempeld met datum ontvangst. De baliemedewerkster zou zorgen dat het verzetschrift op zijn plaats kwam. Nu redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de [opposant] in verzuim is geweest houdt de rechtbank het ervoor dat het verzet tijdig is ingediend en zal het verzetschrift van [opposant] worden beoordeeld.
8. [opposant] voert in haar verzetschrift onder meer aan dat zij brieven heeft gestuurd aan de provincie Noord-Holland, de ombudsman, de B.K.K. (kadaster) in Zwolle en het Historisch Archief in Haarlem. Ook heeft zij hulp gevraagd aan burgemeester Roest van Bloemendaal.
9. Bij aangetekende brieven van 15 oktober 2021 en 6 november 2021 is aan [opposant] verzocht de gronden van verzet in te dienen.
Bij brief van 9 november 2021 stelt [opposant] onder andere dat zij is misleid en verzoekt [opposant], omdat haar huis en tuin kapot zijn gemaakt, dat alles in oude staat wordt hersteld en smartengeld.
10. Het verzet slaagt niet. Daartoe wordt overwogen dat de verzetsmogelijkheid alleen betrekking heeft op de vraag of de bestuursrechter terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. [opposant] heeft in verzet ten aanzien van de uitspraak van de rechtbank, waarin is geoordeeld dat zij het griffierecht niet tijdig heeft voldaan en dat zij binnen de gestelde termijn geen afschrift van de bestreden uitspraak heeft overgelegd, daartoe in verzet niets gesteld. Hetgeen door [opposant] verder in verzet is aangevoerd kan ook niet leiden tot de conclusie dat de zaak ten onrechte vereenvoudigd is afgedaan.
11. In wat [opposant] heeft aangevoerd, ziet de verzetrechter dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 7 mei 2021. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.