Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 februari 2021, met producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties;
- het vonnis van 28 april 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van 19 augustus 2021 van mr. Van Meeteren, met aanvullende producties;
- de mondelinge behandeling op 30 augustus 2021. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Burgers heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen die zijn overgelegd.
2.De feiten
3.Het geschil
- over de periode van 19 november 2019 tot 1 februari 2021 een bedrag van € 2.636,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2021 tot aan de dag van volledige betaling;
- vanaf 1 februari 2021, zolang beide partijen in leven zijn, maandelijks voor de 21e van de maand een bedrag van € 183,09 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de respectieve vervaldata, waarbij deze betalingsverplichting zal worden aangepast aan wijzigingen van het pensioen zoals vastgesteld door het ABP.
- het is niet meer te achterhalen of de vordering nog bestaat en hoe hoog de vordering is,
- er is sprake van rechtsverwerking omdat de man de zaak destijds op zijn beloop heeft gelaten, de pensioenuitkering voor de vrouw een noodzakelijke aanvulling op haar inkomen is, en omdat de man door betaling van het bedrag van € 549,27 heeft erkend dat hij de vrouw een maandelijkse pensioenuitkering moet betalen.