Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
“de zorgen die zijn gemeld met betrekking tot seksueel misbruik niet zijn bevestigd of weerlegd, maar dat wel sprake is van emotionele mishandeling, bij [minderjarige 1] , vanwege de complexe scheiding.“Dit geldt naar alle waarschijnlijkheid ook voor [minderjarige 2] . Tijdens de zitting van 2 juli 2020 heeft de aanwezige medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) partijen erop gewezen dat het voor kinderen heel onveilig is als hun ouders elkaar (blijven) beschuldigen en partijen aangeraden zich (weer) tot een mediator te wenden om te komen tot een werkbare verstandhouding als ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Tijdens de zitting van 28 oktober 2020 heeft de Raad herhaald dat sprake is van een onveilige situatie voor de kinderen, omdat de ouders recht tegenover elkaar staan en de kinderen daardoor in de knel komen en zich angstig voelen. Hij acht een onderzoek door de Raad noodzakelijk en raadt de ouders met klem aan om in het belang van de kinderen de komende tijd te zorgen voor een stabiele uitvoering van de voorlopige zorgregeling, continuïteit in het contact tussen de ouders en de kinderen te waarborgen en dus niet dat contact op enig moment stop te zetten, om op die manier een basisveiligheid voor de kinderen te creëren. Die veiligheid houdt in dat de ouders geen slechte dingen over de andere ouder zeggen tegen de kinderen, dat zij geen volwassenzaken met de kinderen bespreken en dat zij bij de overdracht zoveel mogelijk onderlinge spanningen voorkomen.