Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
FSB Beveiliging B.V.,
Rechtbank Noord-Holland
Tussen partijen bestond een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer stelde dat deze voor de duur van een jaar was gesloten en tussentijds onrechtmatig was opgezegd. De werkgever betwistte dit en stelde dat sprake was van een arbeidsovereenkomst voor zes maanden die niet werd verlengd, en dat de vermeende overeenkomst voor een jaar valselijk was overgelegd.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst van zes maanden, die op 12 juli 2021 van rechtswege eindigde, vaststaat en dat de werknemer onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld om het bestaan van de overeenkomst voor een jaar te bewijzen. De stelplicht en bewijslast lagen bij de werkgever voor het betwiste contract, die dit voldoende onderbouwde.
De werknemer verscheen niet zelf op de zitting en haar gemachtigde kon geen aanvullend bewijs leveren. De kantonrechter concludeerde dat het verzoek om billijke vergoeding op grond van artikel 7:681 lid 1 onder Pro a BW daarom moet worden afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om billijke vergoeding wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst voor een jaar niet is komen vast te staan.