ECLI:NL:RBNHO:2021:11135
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening wegens geen sprake van tegemoetkomen
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening aangevraagd tegen een voorgenomen uitzetting naar hun land van herkomst, welke zij telefonisch bevestigd kregen. Na bezwaar en verzoek tot voorlopige voorziening trokken zij het verzoekschrift in en verzochten om proceskostenvergoeding.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde dat geen uitzetting gepland stond en dat er dus geen tegemoetkomen was zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Verzoekers konden geen schriftelijk bewijs van het uitzettingsvoornemen overleggen.
De rechtbank oordeelde dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening alleen proceskostenvergoeding kan worden toegekend als sprake is van tegemoetkomen door het bestuursorgaan, bijvoorbeeld door opschorting of het treffen van de gevraagde voorlopige maatregel. Nu verweerder dit betwistte en geen bewijs werd geleverd, werd het verzoek afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter E.P.W. van de Ven en griffier N.E. Joacim, en is definitief zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder.