ECLI:NL:RBNHO:2021:11064

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 mei 2021
Publicatiedatum
1 december 2021
Zaaknummer
9033722
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor het niet volgen van voorsorteerstrook op kruispunt

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook op een kruispunt aangaf. Hij stelde dat hij moest uitwijken om een stilstaand voertuig in te halen, waardoor hij op een rijstrook voor rechtsafslaand verkeer terechtkwam. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding was begaan en dat betrokkene niet kon aantonen dat hij niet anders kon handelen, waardoor overmacht niet werd aangenomen. Wel achtte de rechter de omstandigheden en de feitelijke rijstrookkeuze, zoals blijkt uit foto's, reden om de boete te matigen tot de helft.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd, de boete werd verlaagd tot € 80,00 en het teveel betaalde bedrag werd terugbetaald. De uitspraak werd op 4 mei 2021 gedaan door kantonrechter P.J. Jansen.

Uitkomst: De boete voor het niet volgen van de voorsorteerstrook is gematigd tot de helft, € 80,00.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 9033722 \ WM VERZ 21-51
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 mei 2021
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 mei 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de administratieve sanctie is opgelegd, is begaan. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Een auto voor het voertuig van betrokkene sloeg af. Er begonnen auto’s achter betrokkene te toeteren, terwijl het verkeerslicht al enige tijd op groen stond. Betrokkene heeft toen de keuze gemaakt om het stilstaande voertuig heen te rijden en moest daarvoor naar rechts uitwijken, zodat hij op de rijstrook voor rechts afslaand verkeer is gekomen.
De kantonrechter overweegt dat de gevolgen van de keuze om het stilstaande voertuig in te halen voor rekening en risico van betrokkene dienen te komen. Het is niet gebleken dat betrokkene niet anders kon handelen, zodat er geen sprake was van overmacht.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is naast de ter zitting door betrokkene aangevoerde omstandigheden van belang dat aan de hand van de foto’s is vast te stellen dat betrokkene feitelijk de door hem gekozen rijstrook voor rechtdoor is blijven volgen. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 80,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: