ECLI:NL:RBNHO:2021:10944
Rechtbank Noord-Holland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep op grond van overschrijding termijn in vreemdelingenrecht
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, maar de rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden na de gestelde termijn werden ingediend. Opposant stelde dat de overschrijding veroorzaakt werd door de vakantie van zijn gemachtigde en dat toepassing van artikel 8:54 Awb Pro zonder zitting in strijd is met het recht op een eerlijk proces volgens het EVRM.
In het verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft de rechtbank beoordeeld of de buiten-zittinguitspraak terecht was. De rechtbank concludeerde dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was en dat toepassing van artikel 8:54 Awb Pro, dat een mogelijkheid tot uitspraak zonder zitting biedt, voldoende waarborgen bevat om te voldoen aan de eisen van een eerlijk proces.
De rechtbank wees het verzet af omdat opposant tijdig was geïnformeerd over het verzuim en de mogelijkheid tot herstel, maar de hersteltermijn niet heeft gehaald. Ook het argument dat fouten van de gemachtigde opposant niet mogen worden toegerekend, werd verworpen. De uitspraak van 8 juni 2021 bleef daarmee in stand en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak blijft in stand.