Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 17 van de zijde van RHG c.s.
- de aanvullende producties 18 t/m 22 tevens wijziging van eis van de zijde van RHG c.s.
- de brief van 2 november 2021 met producties G1 t/m G4 tevens voorwaardelijke eis in reconventie van de zijde van [gedaagde 2] c.s.
- de mondelinge behandeling van 3 november 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden
- de pleitnota van mr. Schellart namens RHG c.s.
- de pleitnota van mr. Folkeringa namens [gedaagde 2] c.s.
- namens RHG c.s., [betrokkene 1], bijgestaan door mr. Schellart voornoemd,
- [gedaagde 1] met zijn partner [betrokkene 2], mede namens [gedaagde 2], bijgestaan door mr. Folkeringa voornoemd,
- de heer [betrokkene 3] (financieel adviseur van [gedaagde 1]).
2.De zaak in het kort
3.De feiten
3. Bestedingsdoel van de aankoop
4.Het geschil
5.De beoordeling in conventie
Spoedeisend belang
alleverplichtingen van [gedaagde 2] bedoelden, maar slechts de verplichting van [gedaagde 2] tot betaling van de koopsom van € 450.000,00. Ter zitting heeft [gedaagde 1] bevestigd dat de enige verplichting waarvoor hij blijkens de correspondentie zou instaan de betaling van de koopsom is. De voorzieningenrechter stelt vast dat ook over dit aspect dus wilsovereenstemming tussen partijen bestaat. Dit betekent dat tussen partijen een rechtsgeldige overeenkomst bestaat.
1.016,00