Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Het verloop van de procedure
Overwegingen
De uitspraak
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene was tegen een administratieve sanctie (boete) in beroep gegaan bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, waarbij het geschil zich richtte op de hoogte van de proceskostenvergoeding toegekend door de officier van justitie.
De kantonrechter oordeelde dat de officier van justitie ten onrechte had aangenomen dat er sprake was van samenhangende zaken, terwijl de verschillende zaken verschillende feitcodes, feitencomplexen en pleeglocaties betroffen. Hierdoor was de toegewezen proceskostenvergoeding van €600,75 onvoldoende gemotiveerd en onjuist vastgesteld.
De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie en kende een hogere proceskostenvergoeding toe, gebaseerd op het forfaitaire systeem van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de administratieve beroepsfase werd een vergoeding van €534,00 toegekend en voor de beroepsfase bij de kantonrechter €374,00, samen €908,00. De Staat der Nederlanden werd veroordeeld deze kosten te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door kantonrechter B. Voogd en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.
Uitkomst: De kantonrechter vernietigt de beslissing over de proceskostenvergoeding en kent een vergoeding van €908 toe aan betrokkene.