Veroordeelde is tot een gevangenisstraf van in totaal 20 jaar, 7 maanden en 4 weken veroordeeld, waarvan de uitvoering sinds 4 oktober 2007 loopt. De voorwaardelijke invrijheidstelling zou op 1 februari 2021 kunnen plaatsvinden. De officier van justitie verzocht de rechtbank deze invrijheidstelling met 365 dagen uit te stellen vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van een gedragskundig onderzoek.
Tijdens de zitting op 12 januari 2021 verschenen de veroordeelde, zijn advocaat en twee getuigen: een reclasseringsmedewerker en een adviseur detentie en re-integratie. Zij verklaarden dat het gedrag van veroordeelde in detentie zeer negatief en agressief was, met meerdere disciplinaire straffen en verblijf in het strengste regime. Er is onvoldoende zicht op zijn sociale netwerk en psychosociaal functioneren, waardoor het risico op recidive hoog is.
De rechtbank concludeerde dat het uitstellen van de voorwaardelijke invrijheidstelling noodzakelijk is om een gedragskundig onderzoek door een forensisch psycholoog van het NIFP te laten uitvoeren. Dit onderzoek moet inzicht geven in interventies om het recidiverisico te beperken. Veroordeelde verklaarde bereid te zijn mee te werken aan dit onderzoek. De rechtbank achtte een termijn van zes maanden passend om het onderzoek te voltooien en bepaalde dat de invrijheidstelling zal plaatsvinden op 1 augustus 2021.