Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
€ 7.048,84, te vermeerderen met rente en kosten.
Rechtbank Noord-Holland
Deze civiele procedure betreft een vordering van een advocaat tot betaling van declaraties voor verleende juridische diensten aan zijn cliënt. De cliënt betwist de vordering omdat hij meent dat de advocaat zijn werkzaamheden niet zorgvuldig heeft uitgevoerd en dat het uurtarief onredelijk hoog is. Tevens stelt de cliënt dat niet alle betalingen in mindering zijn gebracht.
De rechtbank stelt vast dat de relatie tussen partijen een overeenkomst van opdracht betreft waarbij de advocaat een inspanningsverplichting heeft. De cliënt heeft onvoldoende onderbouwd dat de advocaat niet de zorgvuldigheid van een redelijk bekwaam vakgenoot heeft betracht. De advocaat heeft naar het oordeel van de rechtbank de gedeclareerde werkzaamheden verricht en het overeengekomen tarief gehanteerd. De cliënt heeft niet concreet betwist dat de gedeclareerde uren redelijk zijn.
De rechtbank wijst de vordering toe tot betaling van het restantbedrag van € 6.074,37, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook de proceskosten worden aan de zijde van de advocaat toegewezen. Het verweer dat de cliënt meer heeft betaald dan gevorderd, wordt verworpen omdat die betalingen betrekking hebben op andere declaraties. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de cliënt tot betaling van de openstaande advocaatkosten, rente, incassokosten en proceskosten.