ECLI:NL:RBNHO:2021:10095
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring bewaring vreemdeling door vertraagde Eurodac-controle
Eiser werd op 17 september 2021 op een zeeschip in de Rotterdamse haven aangetroffen en deed diezelfde dag een asielaanvraag. Verweerder voerde een eerste Eurodac-controle uit op basis van een NL3-code, zonder dat er een hit werd gevonden. Tijdens het aanmeldgehoor op 20 september 2021 verklaarde eiser dat zijn vingerafdrukken in Italië waren geregistreerd. De rechtbank oordeelt dat verweerder op dat moment had moeten overgaan tot een nadere Eurodac-controle met een NL1-code, maar dit pas acht dagen later, op 28 september 2021, gebeurde. Hierdoor was de voortzetting van de bewaring vanaf 22 september 2021 onrechtmatig.
De rechtbank baseert zich op jurisprudentie dat bij een nieuwe conclusie over de toepasselijkheid van de Dublinverordening een nieuw besluit moet worden genomen. Verweerder heeft dit nieuwe besluit op 30 september 2021 genomen, waarbij de rechtbank een redelijke termijn van twee dagen hanteert om dit besluit te nemen. De bewaring is daarom onrechtmatig vanaf 22 september tot 30 september 2021. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en kent eiser een schadevergoeding toe van €900,- voor negen dagen onrechtmatige bewaring.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.496,-. De uitspraak is gedaan door rechter S. Ok en griffier S.L.L. Rovers en is openbaar bekendgemaakt op 9 november 2021.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was vanaf 22 september 2021 en kent een schadevergoeding van €900 toe.