Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- Op 12 augustus 2015 heeft de verdachte opgebeld en gesproken met [naam 7] , directiesecretaresse in dienst van Reaal. Hij gaf aan te willen spreken met [naam 4] , een schade-adviseur, met wie hij niet kon worden doorverbonden. Als de secretaresse hem aan het einde van het gesprek vraagt naar zijn naam, zegt hij “ [naam 2] Op de vraag van de secretaresse hoe zij dit moet spellen, zegt hij “ [naam 2] ”.
- Op 14 augustus 2015 heeft de verdachte opgebeld en gesproken met [naam 8] , een fraudedeskmedewerkster in dienst van Reaal, die kort na dit gesprek een verslag maakt. Daarin is, voor zover van belang, het volgende vermeld:
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
8 weken.