ECLI:NL:RBNHO:2020:9892
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bij overschrijding bezwaartermijn motorrijtuigenbelasting
Eiser diende bezwaar in tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete, beide gedagtekend op 17 juli 2015. Het bezwaar werd pas op 5 februari 2018 ontvangen, ruim na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken die eindigde op 31 augustus 2015. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van deze termijn, wat door de rechtbank werd bevestigd.
Eiser voerde aan dat ernstige ziekte hem verhinderde tijdig bezwaar te maken. De rechtbank oordeelde echter dat eiser, gelet op zijn ervaring met juridische procedures en de periode van ziekte die pas na de termijn begon, redelijkerwijs een derde had kunnen inschakelen om tijdig bezwaar te maken. Daarom werd de termijnoverschrijding niet als verschoonbaar beschouwd.
Daarnaast werd beoordeeld of het faillissement van eiser invloed had op zijn procespositie. Omdat partijen al vóór het faillissement waren uitgenodigd voor een zitting, mocht eiser de procedure in eigen persoon voortzetten. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.