ECLI:NL:RBNHO:2020:9853

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2020
Publicatiedatum
25 november 2020
Zaaknummer
AWB - 20_4045
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen tegen naheffingsaanslagen inkomstenbelasting 2014-2017 niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft bij brief van 6 juli 2020 beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2014 tot en met 2017. De rechtbank stelt vast dat in het beroepschrift geen gronden van het beroep zijn vermeld, terwijl dit op grond van artikel 6:5 Awb Pro verplicht is.

De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 14 september 2020 verzocht om binnen vier weken de ontbrekende beroepsgronden te verstrekken. Deze brief is op 16 september 2020 bezorgd en door eiseres ontvangen. Ondanks deze gelegenheid heeft eiseres geen gronden ingediend en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Daarnaast heeft eiseres ook nagelaten om binnen de gestelde termijn de bestreden uitspraak op bezwaar en de gevraagde machtiging te overleggen, ondanks een tweede verzoek in dezelfde brief van 14 september 2020. Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As op 4 december 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/4045 tot en met 20/4048

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2020 in de zaak tussen

[X] , te [Z] , eiseres

(gestelde gemachtigde: B. Chanhih),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 6 juli 2020 beroep ingesteld. Uit het beroepschrift blijkt dat het beroep gericht is tegen naheffingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2014 tot en met 2017.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 14 september 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader ingesteld onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 16 september 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.
4. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Verder merkt de rechtbank op dat eiseres, gelet op de artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb, en gelet op het bepaalde in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:6 van Pro de Awb, ook in verzuim geweest binnen de gestelde termijn de bestreden uitspraak op bezwaar en de gevraagde machtiging over te leggen. Bij de onder 3 genoemde aangetekend verzonden brief van 14 september 2020 is eiseres tevens gewezen op deze verzuimen en is zij verzocht om deze uiterlijk binnen vier weken na datum van verzending te herstellen. Hierbij is vermeld dat, indien eiseres niet aan dit verzoek voldoet, het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Eiseres heeft hierop niet gereageerd.
6. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 4 december 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.