Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
12maanden, ingaande op
15 februari 2019en dus eindigende op
31 januari 2020
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een woning door gedaagden, omdat de huurovereenkomst volgens hem voor bepaalde tijd is aangegaan en op 15 februari 2020 eindigt. Gedaagden betwisten dit en stellen dat de overeenkomst na 12 maanden voor onbepaalde tijd zou worden voortgezet.
De kantonrechter onderzoekt de tekst van de huurovereenkomst en concludeert dat deze duidelijk is aangegaan voor maximaal 12 maanden, ingaande 15 februari 2019 en eindigend op 15 februari 2020. Na die datum wordt de overeenkomst alleen verlengd als er geen tijdige opzegging is. Gedaagden mochten slechts verwachten dat verlenging mogelijk was, niet dat deze automatisch zou plaatsvinden.
De kantonrechter wijst het verweer van gedaagden af dat de verhuurmakelaar hen anders had geïnformeerd, omdat mededelingen van de makelaar niet zonder meer aan de verhuurder kunnen worden toegerekend. Ook andere aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om de overeenkomst anders te kwalificeren.
Omdat gedaagden niet vrijwillig zullen vertrekken, wordt hen opgelegd de woning binnen vier weken na betekening van het vonnis te verlaten. De gevorderde dwangsom en ontruimingskosten worden afgewezen. Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vier weken na betekening van het vonnis.