ECLI:NL:RBNHO:2020:9387

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 november 2020
Publicatiedatum
12 november 2020
Zaaknummer
8659820 BM VERZ 20-1836
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:91 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing bestuur huwelijksgoederengemeenschap aan echtgenote wegens dementie echtgenoot

De rechtbank Noord-Holland heeft op 11 november 2020 een beschikking gegeven in een zaak waarin verzoekster het bestuur over de goederen van de huwelijksgoederengemeenschap wenste toe te wijzen aan haarzelf, met uitsluiting van haar echtgenoot. De echtgenoten zijn sinds 1965 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Uit een CIZ-verklaring blijkt dat de echtgenoot lijdt aan dementie en afasie, waardoor hij niet meer in staat is zijn goederen of de goederen van de gemeenschap te besturen.

De echtgenoot is mede-eigenaar van 64 onroerende zaken die regelmatig worden verkocht en aangekocht. Door zijn onvermogen ontstond een probleem voor de andere mede-eigenaren. Verzoekster vroeg daarom op grond van artikel 1:91 BW Pro de rechtbank om het bestuur over de huwelijksgoederengemeenschap aan haar toe te wijzen met uitsluiting van haar echtgenoot.

De rechtbank oordeelde dat de echtgenoot door zijn blijvende onvermogen niet in staat is het bestuur te voeren en achtte het verzoek toewijsbaar. Nadere regels over het bestuur werden niet noodzakelijk geacht. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het bestuur is aan verzoekster opgedragen met uitsluiting van de echtgenoot.

Uitkomst: Het bestuur over de huwelijksgoederengemeenschap wordt toegewezen aan de echtgenote met uitsluiting van de echtgenoot wegens diens dementie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Sector Familie en jeugd
locatie Alkmaar
Zaaknummer: 8659820 \ BM VERZ 20-1836 SB
Uitspraakdatum: 11 november 2020

Beschikking

Op verzoek van:
[verzoekster]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
[betrokkene]
geboren te [geboorteplaats] , Nederlands-Indië, op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.

procedure

De rechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 21 juli 2020;
  • de bereidverklaringen van de voorgestelde bewindvoerders;
  • de akkoordverklaringen van de belanghebbenden;
  • aanvullende stukken, ter griffie ingekomen op 26 augustus 2020;
  • de aantekeningen van de mondelinge behandeling van het verzoek op 11 augustus 2020 en op 20 oktober 2020 (telefonisch).

beoordeling

Verzoeker heeft het formulier verzoek tot onderbewindstelling ingevuld. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 20 oktober 2020 is gebleken dat verzoeker geen onderbewindstelling (met toezicht van de kantonrechter) beoogt, maar wenst te worden belast met het bestuur over de goederen van de huwelijkse gemeenschap met uitsluiting van de betrokkene. De zaak is daarop door de kantonrechter verwezen naar de rechtbank. Nu de behandelend kantonrechter ook rechter is in deze rechtbank, heeft zij het verzoek op dezelfde zitting verder behandeld.
Verzoeker en betrokkene zijn op 2 juni 1965 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Uit de door verzoeker overgelegde CIZ verklaring blijkt dat bij betrokkene sprake is van dementie. Beschermd wonen met zeer intensieve (24 uurs) zorg is noodzakelijk. Betrokkene is hierdoor niet langer in staat om de goederen van de huwelijksgoederengemeenschap te besturen. In het bijzonder geldt dat betrokkene, tezamen met anderen, eigenaar is van 64 onroerende zaken. Dit betreft investeringen in onroerende zaken die hij doet tezamen met anderen. Er worden geregeld onroerende zaken verkocht en aangekocht. Nu betrokkene niet meer in staat is onroerende zaken te verkopen is, ook voor de andere eigenaren van de onroerende zaken, een probleem ontstaan.
Op grond van artikel 1:91 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan een echtgenoot, indien de andere echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn goederen of de goederen der gemeenschap te besturen of in ernstige mate tekortschiet in het bestuur van de goederen der gemeenschap, de rechtbank verzoeken het bestuur over die goederen of een deel daarvan met uitsluiting van de eerstgenoemde echtgenoot opgedragen te krijgen.
Door de bij betrokkene bestaande afasie en dementie verkeert hij blijvend in de onmogelijkheid de goederen der gemeenschap, waaronder de onroerende zaken, te besturen. Gelet daarop acht de rechter het verzoek toewijsbaar. De rechter acht het niet noodzakelijk nadere regels omtrent het bestuur te stellen.

beslissing

De rechter:
  • draagt het bestuur over de goederen der voornoemde huwelijksgoederengemeenschap met uitsluiting van [betrokkene] , op aan [verzoekster] , voornoemd;
  • verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, rechter in deze rechtbank, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De rechter