ECLI:NL:RBNHO:2020:9338
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WIA met opdracht tot nieuw besluit na onvoldoende onderzoek
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiseres tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) betreffende de WIA-uitkering. In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank vastgesteld dat het UWV onvoldoende onderzoek had verricht, met name door het niet opvragen van medische informatie bij specialisten zoals de neuroloog en KNO-arts.
Het UWV kreeg de gelegenheid om het gebrek in het besluit te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van. De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom een verbetering van de belastbaarheid in het eerste jaar na 12 september 2018 verwacht kon worden, ondanks informatie van de huisarts en het bezwaar van eiseres.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit. De rechtbank zag geen aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en gaf het UWV de opdracht binnen zes weken na het verkrijgen van gezag van gewijsde een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de tussenuitspraak en deze uitspraak.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €1.050,-. De uitspraak werd gedaan door rechter M.H. Affourtit-Kramer en griffier M.H. Boomsma op 10 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd met opdracht tot een nieuw besluit binnen zes weken.