Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procesverloop
2.Het standpunt van verzoekster en de rechter
3.De beoordeling
4.Beslissing
- verstaat dat het verzoek tot wraking betrekking heeft op de hoofdzaken met rolnummers HAA 19/3974, 19/3512 en 19/2734 tot en met 19/2743;
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking van de rechter;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster in de hoofdzaken niet in behandeling wordt genomen;
- beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaken een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;
- beveelt dat het proces in de hoofdzaken wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.