In deze bestuursrechtelijke zaak hebben zes agrarische bedrijven een handhavingsverzoek ingediend tegen het gebruik van verticale drains in de Koegraspolder, uit vrees voor verzilting van het oppervlaktewater en schade aan de bollenteelt. Verweerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, wees het verzoek af omdat verticale drains zonder pomp niet als onttrekkingsinrichting worden beschouwd en dus niet vergunningplichtig zijn.
De rechtbank overweegt dat de drainage niet onder het begrip 'onttrekken van grondwater' valt zoals bedoeld in artikel 6.4 van de Waterwet, mede omdat het verbod in de keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2016 niet van toepassing is op drainage zonder vergunning. Eisers konden niet aantonen dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden en dat de tweede sloot geen passende oplossing zou zijn, mede omdat zij geen bezwaar hadden gemaakt tegen de vergunning daarvoor.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot handhaving af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.H.A.C. Everaerts op 28 juli 2020.