ECLI:NL:RBNHO:2020:9216
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugkomen op omzetting AOW-pensioen van gehuwden naar ongehuwden
Eiseres en haar echtgenoot ontvingen een AOW-pensioen voor gehuwden. Na opname van eiseres in een verzorgingshuis vroegen zij om omzetting naar een AOW-pensioen voor ongehuwden, wat verweerder op hun verzoek uitvoerde. Later verzochten zij terug te komen op deze omzetting, maar verweerder wees dit af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of onmiskenbare onjuistheid.
De rechtbank oordeelt dat het bestuursorgaan terecht toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, Awb, en dat de aangevoerde gronden geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormen. Ook is het besluit niet evident onredelijk. De informatievoorziening door verweerder was voldoende, en het feit dat eiseres dacht dat terugkomen mogelijk was, is voor eigen rekening.
De feitelijke situatie is onveranderd; eiseres is nog steeds opgenomen in een verzorgingshuis, waardoor de omzetting passend blijft. De rechtbank ziet geen grond voor herziening van het besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de omzetting van het AOW-pensioen is ongegrond verklaard.