Uitspraak
2 maart 2020. inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2013 en 2014, beroep ingesteld .
Rechtbank Noord-Holland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de Belastingdienst inzake aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2013 en 2014. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dienen in het beroepschrift de gronden van het beroep te worden vermeld, hetgeen eisers niet hebben gedaan. Tevens hebben zij nagelaten een verklaring van erfrecht en schriftelijke machtiging te overleggen, zoals vereist op grond van artikel 8:24 Awb Pro in samenhang met artikel 6:6 Awb Pro.
De rechtbank heeft eisers bij aangetekende brief verzocht deze verzuimen binnen vier weken te herstellen. De brief is op 2 juli 2020 in ontvangst genomen, maar eisers hebben niet gereageerd en geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Hierdoor zijn de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten door middel van verzet bij dezelfde rechtbank.
Uitkomst: De beroepen worden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en noodzakelijke documenten.