ECLI:NL:RBNHO:2020:9164
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugvordering kinderopvangtoeslag 2018 wegens te hoog opgegeven opvanguren
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de definitieve berekening van de kinderopvangtoeslag 2018, waarbij verweerder een terugvordering vordert van het teveel ontvangen bedrag. Verweerder heeft bij de berekening van de voorschotten uitgegaan van een hoger aantal opvanguren dan daadwerkelijk is afgenomen, waardoor het definitieve recht op toeslag lager uitvalt dan de voorschotten.
Eiseres stelde dat zij recht heeft op een hoger bedrag omdat zij niet op de hoogte was van het maximum uurtarief dat wordt vergoed. De rechtbank oordeelt dat dit niet relevant is, omdat bij de voorschotberekening al rekening is gehouden met de maximum uurtarieven volgens het Besluit kinderopvangtoeslag.
De rechtbank verwijst naar de wettelijke bepalingen uit de Awir en de Wkkp en vaste jurisprudentie die bepalen dat de Belastingdienst het teveel ontvangen voorschot moet terugvorderen. Gezien het feit dat het teveel ontvangen bedrag volledig verschuldigd is en eiseres geen voldoende grond heeft aangevoerd, wordt het beroep ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F. Kleefmann op 9 november 2020 in Haarlem en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het teveel ontvangen bedrag aan kinderopvangtoeslag 2018 wordt ongegrond verklaard.