ECLI:NL:RBNHO:2020:8905
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning uit 1894 in geschil over inhoud en kwaliteit
Eiseres, eigenaar van een tussenwoning uit 1894, betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van €578.000 voor het kalenderjaar 2019, met waardepeildatum 1 januari 2018. Zij stelde dat de woninginhoud lager was dan door verweerder berekend en dat de kwaliteit van de woning onvoldoende was meegenomen, wat een lagere waarde zou rechtvaardigen.
Verweerder had de woninginhoud vastgesteld op 436 m³ volgens de NEN 2580 norm en ondersteunde dit met een aanvullende berekening via WOZ360. Eiseres stelde een inhoud van 350 m³ voor, gebaseerd op een taxatierapport. De rechtbank gaf meer gewicht aan de berekening van verweerder, mede door de juiste normering en de hogere hoogte van 3,60 meter in plaats van 3 meter.
Daarnaast had verweerder een waardematrix overgelegd met verkoopgegevens van vergelijkbare woningen, waaruit bleek dat de gehanteerde kubieke meterprijs van €743 passend was. Eiseres kon niet aannemelijk maken dat een lagere kubieke meterprijs gerechtvaardigd was, ondanks haar stelling over een meebuigende vloer. Ook het argument dat de gemeentelijke monumentenstatus de waarde zou verminderen, werd door de rechtbank verworpen.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde in verhouding stond tot de marktgegevens en dat verweerder de bewijslast had voldaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €578.000 wordt ongegrond verklaard.