ECLI:NL:RBNHO:2020:8890
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Eiser heeft tegen uitspraken op bezwaar van de Belastingdienst beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Volgens artikel 8:41 Awb Pro dient het griffierecht binnen vier weken na mededeling te zijn voldaan. De griffier heeft eiser tweemaal schriftelijk in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen, maar eiser heeft niet gereageerd en niet betaald.
De rechtbank concludeert dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar is, omdat eiser geen reden voor het verzuim heeft gegeven. Hierdoor is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, Awb niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. van As, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld, waarbij de werking van de uitspraak wordt opgeschort tot een beslissing op het verzet.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.