ECLI:NL:RBNHO:2020:863
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter verklaart zich onbevoegd in compensatievordering passagier tegen British Airways
De passagier vorderde compensatie van British Airways wegens annulering van een vlucht van London City Airport naar Rotterdam, waarbij zij meer dan drie uur later aankwam. De vordering was gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004, die compensatie regelt bij annulering of vertraging van vluchten.
British Airways stelde dat de rechtbank Noord-Holland niet bevoegd was, omdat Rotterdam niet binnen haar arrondissement valt en de vennootschap in het Verenigd Koninkrijk is gevestigd. De kantonrechter bevestigde dat Rotterdam binnen het arrondissement van de rechtbank Rotterdam ligt en niet Noord-Holland.
Op grond van artikel 7 van Pro Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) kan British Airways alleen worden opgeroepen voor de rechtbank van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd, in dit geval Rotterdam. De kantonrechter verklaarde zich daarom onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank Rotterdam, sector kanton.
De passagier werd erop gewezen British Airways zelf te moeten oproepen bij de bevoegde rechter en werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam, sector kanton.