ECLI:NL:RBNHO:2020:8607
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek toepassing artikel 15af Wet Vpb na ontbinding fiscale eenheid
Eiseres, een ICT-adviesbedrijf, maakte deel uit van een fiscale eenheid met [D] B.V. als moedermaatschappij. Deze moedermaatschappij werd in 2011 ontbonden en in 2015 beëindigd, waarna zij in 2016 uit het handelsregister werd uitgeschreven. Eiseres deed vanaf 2015 zelfstandig aangifte vennootschapsbelasting, waarbij zij aangaf niet langer deel uit te maken van een fiscale eenheid.
In 2018 verzocht eiseres om toepassing van artikel 15af, derde lid, van de Wet Vpb, waarmee verliezen van de fiscale eenheid aan eiseres zouden worden toegerekend. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde de beslissing voor bezwaar vatbaar. Eiseres maakte bezwaar, maar dit werd eveneens afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om toepassing van artikel 15af Wet Vpb niet als een gezamenlijk verzoek van moeder en dochter kon worden aangemerkt, omdat de moedermaatschappij al was opgehouden te bestaan en niet meer in rechte vertegenwoordigd kon worden. Hierdoor was de beschikking ten onrechte als voor bezwaar vatbaar aangemerkt en had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek om toepassing van artikel 15af Wet Vpb niet tijdig en ontvankelijk was ingediend.