Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
[zoekterm]Daarop betrekking hebbende foto’s die [moeder van aangeefster] destijds zou hebben gemaakt, bevinden zich in het dossier.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 13 oktober 2020 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind in de periode van 2006 tot 2010. De tenlastelegging bestond uit het aanraken van de vagina en/of wrijven over de clitoris van het slachtoffer en het richten van een douchekop op haar vagina.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak, omdat het dossier onvoldoende steunbewijs bevatte voor de verklaring van het slachtoffer. De rechtbank overwoog dat zedenzaken vaak alleen gebaseerd zijn op de verklaring van het slachtoffer en de ontkenning van verdachte, zonder aanvullend bewijs.
De rechtbank stelde dat op grond van artikel 342 lid 2 Sv Pro een veroordeling niet kan worden gebaseerd op de verklaring van slechts één getuige zonder voldoende steunbewijs. Hoewel er contextuele verklaringen waren over de nabijheid van verdachte en het slachtoffer, en dagboekaantekeningen en foto’s van zoekopdrachten werden overgelegd, bood dit onvoldoende steun voor de beschuldigingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor ontucht met minderjarig stiefkind.