ECLI:NL:RBNHO:2020:8036

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 september 2020
Publicatiedatum
9 oktober 2020
Zaaknummer
8169360 \ CV FORM 19-17850
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Annulering vlucht door staking openbaar vervoer vormt buitengewone omstandigheid

De passagiers vorderden compensatie van Easyjet wegens annulering van hun vlucht van Edinburgh naar Amsterdam-Schiphol op 28 mei 2019. Easyjet verweerde zich met het argument dat de annulering het gevolg was van een staking in het Nederlandse openbaar vervoer, een buitengewone omstandigheid zoals bedoeld in Verordening (EG) nr. 261/2004.

De rechtbank stelde vast dat Schiphol de luchtvaartmaatschappijen had verzocht het aantal passagiers te reduceren om verstoring van de openbare orde te voorkomen. Easyjet had hieraan gevolg gegeven door passagiers om te boeken en vluchten te annuleren. De kantonrechter oordeelde dat deze omstandigheden inderdaad buitengewoon waren en dat Easyjet voldoende had aangetoond dat zij alle redelijke maatregelen had genomen om de gevolgen te beperken.

De passagiers stelden dat Easyjet niet tijdig had gehandeld, maar dit werd niet bewezen. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen en de proceskosten werden aan de passagiers opgelegd. Tegen deze beschikking is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtannulering wordt afgewezen omdat sprake is van buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8169360 \ CV FORM 19-17850
Uitspraakdatum: 23 september 2020
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[passagier 1]
[passagier 2],
beiden wonende te [woonplaats]
[passagier 3],
[passagier 4],
beiden wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: Probe-ASP BV h.o.d.n. Aviclaim
tegen
Easyjet Airline Company Limited,
gevestigd te Bedfordshire (Verenigd Koninkrijk)
verwerende partij
verder te noemen: Easyjet
gemachtigde: J. Kumar

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 14 november 2019;
  • het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 3 februari 2020.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagiers diende te vervoeren van Edinburgh Airport naar Amsterdam-Schiphol Airport met vluchtnummer EZY6925 op 28 mei 2019 te 18:40 uur UTC, hierna: de vlucht.
2.2.
De vlucht is geannuleerd.
2.3.
Bij e-mail van 27 mei 2019 te 12:19 uur heeft
[e-mailadres], naar de verschillende luchtvaartmaatschappijen, onder meer het volgende gestuurd:
“(…)
To all airlines:Please inform your business partner as soon as possible but no later than 16:00 LT (CEST) in regards to cancellations and/of number of rebooked passengers, if you haven’t informed your business partner airlines already. We rely on your willingness to cancel flights and/or rebook passengers. Main focus is to reduce the number of passengers departing from Schiphol in order to prevent a public order disturbance.(…)”
2.4.
Bij e-mail van 28 mei 2019 te 12:27 uur heeft
[e-mailadres], naar de verschillende luchtvaartmaatschappijen, onder meer het volgende gestuurd:
“(…)
Thanks to the airlines that choose to cancel flights and/or allowed passengers to rebook their flight. Airlines where able to reduce the total passengers numbers with 10%. This effort, together with our own preparations has prevented the situation to spiral out of control.(…)”
2.5.
De passagiers hebben compensatie van Easyjet verzocht in verband met voornoemde annulering.
2.6.
Easyjet heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
De passagiers verzoeken Easyjet te veroordelen tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).
3.3.
De passagiers stellen dat Easyjet vanwege de annulering van de vlucht gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 1.000,00. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door Easyjet van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.
3.4.
Easyjet betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht van de passagiers is geannuleerd, zodat Easyjet op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Easyjet kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Volgens overweging 14 van de considerans van de Verordening kunnen dergelijke omstandigheden zich met name voordoen in geval van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.
4.3.
Easyjet voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van de staking van het openbaar vervoer op 28 mei 2019 in Nederland. Op 27 mei 2019 is definitief duidelijk geworden, na onderhandelingen en een gerechtelijke procedure, dat de staking doorgang zou vinden. De staking heeft grote gevolgen gehad voor transport dat van en naar Amsterdam-Schiphol rijdt. Om te voorkomen dat de openbare orde zou worden verstoord kregen alle luchtvaartmaatschappijen de instructie van Schiphol om vluchten te annuleren dan wel passagiers om te boeken zodat het aantal passagiers van en naar Schiphol gereduceerd zou worden. Easyjet heeft hierop de arriverende passagiers gereduceerd met 29%, de vertrekkende passagiers gereduceerd met 26% en hotelkamers geboekt voor passagiers waarvan de vlucht is geannuleerd. Op grond van paragraaf 14 van de considerans betreft de staking van het openbare vervoer een buitengewone omstandigheid. Op grond van het Wallentin-Hermann arrest is de staking niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van Easyjet, aldus Easyjet.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Easyjet voldoende heeft aangetoond dat Schiphol naar aanleiding van de staking alle luchtvaartmaatschappijen heeft verzocht maatregelen de nemen om de voorkomen dat de openbare orde te Schiphol zou worden verstoord. Voorts heeft Easyjet voldoende onderbouwd dat zij gevolg heeft gegeven aan dit verzoek en is overgegaan tot het omboeken van passagiers en annuleren van vluchten met bestemming Amsterdam-Schiphol Airport. De vraag die voorligt is of deze omstandigheden kunnen worden aangemerkt als buitengewone omstandigheden in de zin van de Verordening. De kantonrechter overweegt dat het in eerste instantie aan de luchtvaartmaatschappij is om aan te tonen dat zij geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. In onderhavige geval had Easyjet een keuze, maar heeft zij er voor gekozen - gezien de uitzonderlijke omstandigheden - om gevolg te geven aan de oproep van de luchthaven om het aantal passagiers op Schiphol te reduceren. Alle feiten en omstandigheden van het onderhavige geval maken dat de kantonrechter van oordeel is dat sprake is van buitengewone omstandigheden. Immers, indien Easyjet (en andere luchtvaartmaatschappijen) geen gehoor hadden gegeven aan de oproep is niet uitgesloten dat dit tot ernstige verstoringen zou hebben geleid op Schiphol.
4.5.
De vraag die de kantonrechter volgens dient te beantwoorden is of Easyjet alle redelijke maatregelen heeft genomen. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann(C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient de luchtvaartmaatschappij aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden. Gelet op bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat in onderhavige geval niet meer van Easyjet verwacht had kunnen worden. De passagiers stellen nog dat Easyjet geen redelijke maatregelen heeft genomen aangezien Easyjet de passagiers pas 48 uur later naar de eindbestemming heeft vervoerd. Niet gesteld noch gebleken is dat de vervangende vlucht niet de eerste mogelijkheid is geweest om de passagiers te vervoeren. De kantonrechter beantwoordt de vraag of Easyjet alle redelijke maatregelen heeft genomen dan ook bevestigend.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat deze ongelijk krijgen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Easyjet tot en met vandaag worden begroot op € 120,00 aan salaris gemachtigde.
Deze beschikking is gewezen door mr. S.N, Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open