ECLI:NL:RBNHO:2020:7363

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 2303
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroepen inzake aanslagen inkomstenbelasting en Zorgverzekeringswet 2017 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst inzake de aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2017. Volgens artikel 6:5, eerste lid, Awb moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarop eiseres heeft gefaald.

De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief verzocht binnen vier weken alsnog de gronden te verstrekken. Deze brief is volgens het Track & Trace-systeem ontvangen, maar eiseres heeft niet gereageerd noch een verontschuldiging gegeven voor het verzuim.

Daarom verklaart de rechtbank de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden bestreden door verzet.

Uitkomst: De beroepen tegen de belastingaanslagen 2017 worden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 20/2303 en 20/2304

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaken tussen

[X] , te [Z] , eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Den Haag, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft bij brief van 17 maart 2020, ontvangen door de rechtbank op 20 maart 2020, beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 12 februari 2020 inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017 en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2017.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiseres bij aangetekende brief van 1 juli 2020 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Nader onderzoek in het Track & Trace-systeem van PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 2 juli 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiseres heeft niet gereageerd.
4. Eiseres heeft binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. De beroepen zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. van As, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.