ECLI:NL:RBNHO:2020:7274

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 september 2020
Publicatiedatum
17 september 2020
Zaaknummer
C/15/307233/HA RK 20/167
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter na eindvonnis niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die het vonnis in de hoofdzaak had gewezen. Het verzoek was gebaseerd op de vaststellingen in het vonnis van 19 augustus 2020. De wrakingskamer overwoog dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend zolang de rechter nog behandelend is in de zaak.

Omdat het verzoek pas op 8 september 2020 werd ingediend, nadat het eindvonnis op 19 augustus 2020 was uitgesproken, was de rechter geen behandelend rechter meer. Hierdoor kon het doel van wraking, het voorkomen van vooringenomenheid tijdens de behandeling, niet worden bereikt.

De wrakingskamer stelde het verzoek daarom buiten behandeling en verklaarde het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na het eindvonnis is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/307233/HA RK 20/167
Beslissing van 17 september 2020
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. I.H. Lips,
hierna te noemen: de rechter.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoeker heeft bij brieven gedateerd 21, 23 en 31 augustus 2020, bij de rechtbank ingekomen op 8 september 2020, schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer 8320244 CV EXPL 20-676, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek door de wrakingskamer.

2.Het standpunt van verzoeker

2.1.
Verzoeker heeft aangegeven de rechter te wraken vanwege, kort samengevat, de feiten zoals deze door de rechter zijn vastgesteld in het vonnis van 19 augustus 2020.

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert (zogenaamde subjectieve toets). Daarnaast kan de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd zijn indien sprake is van feiten of omstandigheden die, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de rechter in de hoofdzaak, grond geven om te vrezen dat een rechter niet onpartijdig is, waarbij ook de (te vermijden) schijn van partijdigheid van belang is. Die feiten of omstandigheden moeten zwaarwegende redenen opleveren voor objectiveerbare twijfel aan de onpartijdigheid (zogenaamde objectieve toets). Het subjectieve oordeel van verzoeker is voor de beoordeling van beide toetsen wel belangrijk maar niet doorslaggevend.
3.2.
De wrakingskamer gaat uit van de volgende feiten.
3.2.1.
Eiser in de hoofdzaak heeft gedaagde in de hoofdzaak (tevens verzoeker in de wrakingszaak) gedagvaard bij dagvaarding van 6 februari 2020.
3.2.2.
Gedaagde in de hoofdzaak heeft op 15 april 2020 van antwoord gediend.
3.2.3.
Vervolgens heeft de rechtbank bepaald dat schriftelijk verder zal worden geprocedeerd.
3.2.4.
Eiser in de hoofdzaak heeft op 27 mei 2020 van repliek gediend.
3.2.5.
Gedaagde in de hoofdzaak heeft op 22 juli 2020 van dupliek gediend.
3.2.6.
Tenslotte is vonnis bepaald.
3.2.7.
Op 19 augustus 2020 is (eind)vonnis gewezen. Dit vonnis is op voormelde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
3.2.8.
Bij brieven gedateerd 21, 23 en 31 augustus 2020, tezamen bij de rechtbank ingekomen op 8 september 2020, heeft gedaagde in de hoofdzaak de rechter gewraakt vanwege, kort samengevat, de feiten zoals deze door de rechter zijn vastgesteld in het vonnis van 19 augustus 2020.
3.3.
De wrakingskamer overweegt als volgt. Toen verzoeker het wrakingsverzoek indiende, op 8 september 2020, had de rechtbank al uitspraak gedaan (vonnis van 19 augustus 2020).
3.4.
Op grond van de wet kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het wrakingsmiddel is door de wetgever toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die een (objectief gerechtvaardigde schijn van) vooringenomenheid heeft gewekt, nog langer bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan. De behandeling is dan ten einde en de rechter is geen behandelend rechter meer. Ook uit onderdeel 4.4 van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Noord-Holland volgt dat een verzoek tot wraking alleen kan worden ingediend vóór de einduitspraak.
3.5.
De wrakingskamer komt op grond van het voorgaande tot de slotsom dat verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk is in zijn verzoek tot wraking en dat het verzoek buiten behandeling moet worden gesteld.

4.Beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
4.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.J. Saarloos, voorzitter, mr. P.H.B. Littooy en mr. S.W.S. Kiliç, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Bruijn, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2020.
griffier voorzitter
de griffier is buiten staat om
deze beslissing te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.