ECLI:NL:RBNHO:2020:7170
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking werkzaamheden wegens ontbreken geldig BOA-certificaat
Eiser was werkzaam als Supervisor binnen een politieteam en beschikte niet over een politiediploma, maar had tot 2015 een geldig BOA-certificaat. Bij besluit van 21 december 2010 werd hem executieve status toegekend, bedoeld om arbeidsrechtelijke verschillen op te heffen, zonder extra opsporingsbevoegdheden toe te kennen. Na het verlopen van het BOA-certificaat heeft eiser geen nieuwe certificering behaald.
De korpschef besloot per 1 januari 2020 de werkzaamheden van eiser te beperken tot taken waarvoor geen opsporingsbevoegdheid nodig is. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij op grond van zijn executieve status nog steeds opsporingsbevoegdheden had en dat de belangenafweging onredelijk was. Verweerder stelde dat eiser onder de Beleidsregel viel en dat het ontbreken van een geldig BOA-certificaat rechtvaardigt dat hij geen opsporingswerkzaamheden meer verricht.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 21 december 2010 geen onvoorwaardelijke opsporingsbevoegdheid aan eiser gaf en dat eiser niet kon vertrouwen op het ontbreken van de verplichting tot het behalen van een BOA-certificaat. De belangenafweging van verweerder was niet onredelijk, aangezien eiser de keuze had om het certificaat te vernieuwen of zijn werkzaamheden te beperken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de werkzaamheden van eiser mogen worden beperkt vanwege het ontbreken van een geldig BOA-certificaat.