ECLI:NL:RBNHO:2020:7020

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 september 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
HAA 19/5001
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder tot afwijzing van een verzoek tot wijziging of vernietiging van politiegegevens. Nadat verweerder een nieuw besluit nam dat het eerdere verving, trok eiser het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.

De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat eiser zelf het beroepschrift en de correspondentie voerde, was geen sprake van beroepsmatige rechtsbijstand die voor vergoeding in aanmerking komt.

Ook de gevraagde vergoeding van reiskosten werd afgewezen, aangezien deze alleen vergoed worden indien gemaakt voor het bijwonen van een zitting, welke niet heeft plaatsgevonden.

De rechtbank wees het verzoek om proceskostenveroordeling af, maar bepaalde dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van €174 moet vergoeden.

De uitspraak is gedaan door rechter E. Jochem op 12 september 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.

Uitkomst: Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen, maar het griffierecht wordt vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

zittingsplaats Haarlem
Sector bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/5001

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2020 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de korpschef van politie, Eenheid Zeeland/ West-Brabant, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 september 2019 heeft verweerder het verzoek van eiser tot wijziging of vernietiging van politiegegevens afgewezen.
Op 18 oktober 2019 heeft eiser bij de rechtbank Midden-Nederland tegen het besluit van 3 september 2019 beroep ingesteld.
Bij brief van 31 oktober 2019 heeft de rechtbank Midden-Nederland op grond van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het beroep van eiser naar deze rechtbank doorgezonden ter verdere behandeling.
Verweerder heeft op 19 december 2019 een nieuw besluit genomen waarbij het besluit van 3 september 2019 is vervangen.
Eiser heeft het beroep bij brief van 27 maart 2020 ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiser verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft bij brief van 19 mei 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft op 29 mei 2020 gereageerd.
Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan eiser is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a van de Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiser en dat eiser tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. Eiser verzoekt vergoeding van kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep.
5. De rechtbank stelt vast dat eiser zelf het beroepschrift heeft ingediend en ook zelf de vervolgcorrespondentie met de rechtbank heeft gevoerd. Het is de rechtbank dan ook niet gebleken dat proceshandelingen zijn verricht door een derde, die beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend, en waarvoor recht bestaat op vergoeding ingevolge het Besluit.
6. Eiser verzoekt tevens om vergoeding van de door hem gemaakte reiskosten voor het inzien van het politiedossier op locatie van verweerder.
7. In artikel 1 van Pro het Besluit is bepaald welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betreft een limitatieve opsomming. Reiskosten komen slechts voor vergoeding in aanmerking indien deze zijn gemaakt om een zitting te kunnen bijwonen. Nu er in de onderhavige procedure geen zitting heeft plaatsgevonden, dient het verzoek te worden afgewezen.
8. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen dan ook afwijzen.
9. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient wel het door eiser betaalde griffierecht ten bedrage van € 174 te worden vergoed door verweerder.

BeslissingDe rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van M. van der Elst, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.