ECLI:NL:RBNHO:2020:6997

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
7 september 2020
Zaaknummer
8687033 BZ VERZ 20-6918
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek uitkering kindsdelen nalatenschap onder bewind wegens niet opeisbaarheid

Verzoekers hebben bij de kantonrechter een verzoek ingediend om machtiging te verkrijgen voor uitkering van de kindsdelen uit de nalatenschap van de echtgenoot van betrokkene, die onder bewind is gesteld. Het testament uit 1986 bepaalt dat de kindsdelen pas opeisbaar zijn bij overlijden, faillissement, aanvraag surséance van betaling, aanvraag bijstand of hertrouwen zonder huwelijksvoorwaarden.

Betrokkene verblijft momenteel in een verzorgingstehuis en betaalt een hoge eigen bijdrage voor zorgkosten, mede gebaseerd op haar banktegoed, waaronder de erfdelen van haar kinderen. Verzoekers willen de kindsdelen nu laten uitkeren om de eigen bijdrage te verlagen, mede vanwege een aanstaande verhuizing naar intramurale zorg met hogere kosten.

De kantonrechter oordeelt dat de kindsdelen niet opeisbaar zijn en dat uitkering niet in het belang van betrokkene is omdat het vermogen daardoor vermindert zonder verplichting. De mogelijkheid om via estateplanning of een levenstestament het vermogen anders te regelen had betrokkene zelf moeten benutten toen zij daartoe in staat was.

Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af en laat de huidige situatie onveranderd, waarbij de eigen bijdrage gebaseerd blijft op het bestaande vermogen.

Uitkomst: Verzoek tot uitkering van kindsdelen uit nalatenschap afgewezen wegens niet opeisbaarheid en niet in belang betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 8687033 BZ VERZ 20-6918 JM
Uitspraakdatum: 4 september 2020

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
1. [verzoekster] ,
geboren te Haarlem op [geboortedatum 1] en
2. [verzoeker] ,
geboren te Haarlem op [geboortedatum 2] ,
van wie beiden het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoekers,
in het bewind van:
[betrokkene] ,
geboren te Velsen op [geboortedatum 3] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ter griffie ingekomen op 4 augustus 2020;
  • een nadere toelichting op het verzoek, ter griffie ingekomen op 18 augustus 2020.
De kantonrechter heeft afgezien van het laten plaatsvinden van een mondelinge behandeling.

beoordeling

Verzoekers verzoeken de kantonrechter machtiging te verlenen om over te gaan tot het uitkeren van de kindsdelen in de nalatenschap van de echtgenoot van betrokkene, de heer [naam] .
Blijkens het testament, opgemaakt op 25 september 1986, welke verzoekers bij het verzoek hebben gevoegd, zijn de erfdelen als volgt opeisbaar. Bij overlijden van betrokkene, wanneer zij in staat van faillissement wordt verklaard, bij haar aanvrage tot surséance van betaling en bij aanvraag van bijstand van de overheid, alsmede bij hertrouwen zonder het maken of handhaven van huwelijksvoorwaarden, inhoudende de uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en van verrekenbedingen, met uitzonderling van die ten aanzien van onverteerde inkomsten.
Bij brief van 6 augustus 2020 heeft de kantonrechter om een nadere toelichting verzocht omtrent de reden waarom de uitkering van de kindsdelen op dit moment dient te geschieden.
Hierop hebben verzoekers als volgt gereageerd. Betrokkene verblijft momenteel in een verzorgingstehuis waarvoor zij een eigen bijdrage in de zorgkosten betaalt. De hoogte van deze eigen bijdrage is mede gebaseerd op haar banktegoed, waarvan een groot deel haar feitelijk niet toe komt. Het betreft hier de erfdelen van haar drie kinderen. Op korte termijn wordt betrokkene gedwongen te verhuizen naar een andere zorginstelling op basis van intramurale zorg. Hierdoor zal haar eigen bijdrage aanzienlijk stijgen.
Gelet op de stukken zal de kantonrechter het verzoek afwijzen. Vast is komen te staan dat de kindsdelen niet opeisbaar zijn. De kantonrechter acht het derhalve niet in het belang van betrokkene om een dergelijke uitkering te doen. Door het doen van deze uitkering vermindert het vermogen van betrokkene, terwijl het doen van deze uitkering onverplicht is. Dat door het doen van deze onverplichte uitkering de hoogte van de eigen bijdrage voor intramurale zorg wordt beperkt, maakt dit niet anders. Als betrokkene had gewild dat vermogen naar haar kinderen zou gaan in plaats van zou worden betaald voor de zorg, had zij, toen zij hier zelf nog toe in staat was, actie op moeten ondernemen door estateplanning of door het opmaken van een levenstestament.
De beslissing luidt derhalve als volgt.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter