Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2] ,
[gedaagde 3] ,
[gedaagde 4] ,
[gedaagde 5] ,
[gedaagde 6] ,
[gedaagde 7] ,
Rechtbank Noord-Holland
Op 3 oktober 2018 overleed mevrouw erflaatster. Verzoeker, een kleinkind en erfgenaam door plaatsvervulling, heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard, terwijl verweerders, kinderen van de erflaatster, deze zuiver aanvaardden. Verzoeker had geen inzicht in de omvang van de nalatenschap en verzocht de rechtbank een notaris aan te wijzen voor het opstellen van een boedelbeschrijving en verweerders te verplichten alle relevante informatie, waaronder bankafschriften tot vijf jaar voor overlijden, te verstrekken.
Verweerders stelden dat zij de benodigde gegevens hadden verstrekt en dat de boedelbeschrijving aan de wettelijke eisen voldeed, maar verzoeker betwistte dit en stelde dat essentiële stukken ontbraken. De kantonrechter oordeelde dat verweerders onvoldoende openheid van zaken gaven en dat het belang van verzoeker bij inzicht in de nalatenschap voldoende aannemelijk was.
De kantonrechter wees notaris mr. A. Stuijt aan om de boedelbeschrijving op te maken en legde aan verweerders een dwangsom op van €50 per dag tot een maximum van €15.000 voor het niet tijdig verstrekken van de gevraagde stukken. De kosten van de boedelbeschrijving worden ten laste van de nalatenschap gebracht. Verweerders werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter beveelt een notariële boedelbeschrijving en legt een dwangsom op voor niet-verstrekken van bankafschriften door verweerders.