ECLI:NL:RBNHO:2020:6815

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2020
Publicatiedatum
31 augustus 2020
Zaaknummer
8115757 CV EXPL 19-16006
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim passagier wegens buitengewone omstandigheden luchtvaartvertraging

De passagier vorderde compensatie van Austrian Airlines wegens een vertraging van meer dan drie uur op haar vlucht van Sarajevo naar Amsterdam via Wenen, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004.

Austrian Airlines stelde dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk instructies van de luchtverkeersleiding die de geplande vertrektijden (CTOT) wijzigden, waarop de maatschappij geen invloed had. Dit leidde tot een ketenvertraging van vlucht OS757 naar OS758, waardoor de passagier haar aansluitende vlucht miste.

De rechtbank oordeelde dat Austrian Airlines deze buitengewone omstandigheden voldoende had aangetoond en dat zij redelijke maatregelen had getroffen, zoals het hanteren van een overstaptijdbuffer en het omboeken naar de eerstvolgende beschikbare vlucht. De passagier slaagde er niet in te bewijzen dat zij eerder vervoerd had kunnen worden.

Daarom werd de vordering tot compensatie afgewezen en werd de passagier veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat vertragingen door luchtverkeersleiding als buitengewone omstandigheden kunnen gelden, waardoor compensatieplicht kan vervallen.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging werd afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 8115757 CV EXPL 19-16006
Uitspraakdatum: 22 juli 2020
Vonnis in de zaak van:
[de passagier]
wonende te [woonplaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. D.E. Lof en mr. E.J. Hoekstra
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Austrian Airlines Aktiengesellschaft
gevestigd te Wenen (Oostenrijk) en mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde
hierna te noemen: Austrian
gemachtigde: mr. E.C. Douma

1.Het procesverloop

1.1.
De passagier heeft bij dagvaarding van 13 september 2019 een vordering tegen Austrian ingesteld. Austrian heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Austrian een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met Austrian een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian de passagier op 26 juli 2019 diende te vervoeren van Sarajevo (Bosnië en Herzegovina) naar Wenen (Oostenrijk) met vlucht OS758 en van Wenen naar Amsterdam met vlucht OS375, hierna: de vlucht.
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft compensatie van Austrian gevorderd in verband met voornoemde vertraging.
2.4.
Austrian heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
De passagier vordert dat Austrian, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 juli 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na dagtekening van het vonnis.
3.2.
De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Austrian vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4.Het verweer

4.1.
Austrian betwist de vordering. Zij voert aan dat sprake is van buitengewone omstandigheden. Vlucht OS758 maakt onderdeel uit van de rotatievlucht OS757/OS758. De vertraging van vlucht OS758 is het gevolg van de latere aankomst in Sarajevo van de voorafgaande vlucht OS757. De reden van deze vertraging is dat vlucht OS757 instructies van de luchtverkeersleiding moest opvolgen. De luchtverkeersleiding had de oorspronkelijke CTOT (Calculated Take Off Time) ingetrokken en een nieuwe CTOT aan het toestel toegekend. Vervolgens heeft ook vlucht OS758 restricties van de luchtverkeersleiding opgelegd gekregen. Austrian had hier geen invloed op en was genoodzaakt vlucht OS757, en daardoor ook vlucht OS758, met vertraging uit te voeren. De passagier heeft hierdoor de aansluitende vlucht gemist en is omgeboekt naar de eerstvolgende vlucht naar de eindbestemming Amsterdam.
4.2.
Austrian betwist voorts buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn aan de passagier.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat Austrian op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien Austrian kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.
5.3.
Austrian beroept zich op buitengewone omstandigheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Austrian het vluchtrapport en de ‘slot history’ van vlucht OS757 overgelegd. Hieruit volgt dat de voorafgaande vlucht OS757 gepland stond te vertrekken om 11:10 uur UTC. Twee uur voor de schemavertrektijd kreeg het toestel een nieuwe CTOT opgelegd van 12:07 uur UTC. De CTOT is vervolgens nog diverse keren gewijzigd en uiteindelijk heeft vlucht OS757 gebruik gemaakt van de CTOT van 11:45 uur UTC en is zij vertrokken met een vertraging van 17 minuten. Uit de vertragingscode 81 volgt dat het gaat om vertraging wegens capaciteitsproblemen (
ATFM due to ATC EN-ROUTE DEMAND CAPACITY, standard demand capacity problems)
.Niet is gebleken dat Austrian zelf om een nieuwe CTOT heeft verzocht. Een luchtvaartmaatschappij moet een nieuwe CTOT altijd opvolgen en zij kan daarop geen invloed uitoefenen. Het besluit van de luchtverkeersleiding tot het opleggen van een nieuwe CTOT kwalificeert in het onderhavige geval als een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
5.4.
Voldoende is gebleken dat deze buitengewone omstandigheid doorwerkt naar de onderhavige vlucht OS758. Uit het vluchtrapport van vlucht OS758 volgt dat sprake was van een vertrekvertraging van 11 minuten wegens de vertraagde binnenkomst van de voorafgaande vlucht (vertragingscode 93,
AIRCRAFT ROTATION, late arrival of aircraft from another flight or previous sector). Austrian licht toe dat vlucht OS758 door de vertraagde voorafgaande vlucht de oorspronkelijke CTOT van 13:10 uur UTC niet kon halen. De luchtverkeersleiding heeft direct een nieuwe CTOT van 15:24 uur UTC aan het toestel toegekend, welke CTOT eveneens nog diverse keren is gewijzigd. Deze CTOT zijn eveneens opgelegd wegens vertragingscode 81. Uiteindelijk is vlucht OS758 om 14:18 uur UTC met een vertrekvertraging van 73 minuten vertrokken. Vlucht OS758 is met een vertraging van 61 minuten aangekomen in Wenen om 15:26 uur UTC. De passagier heeft zijn aansluitende vlucht met schemavertrektijd 15:20 uur UTC gemist. De uiteindelijke vertraging van de passagier van meer dan drie uur op de eindbestemming is het directe gevolg geweest van de vertraagde vlucht OS758. Ten gevolge hiervan heeft de passagier de aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist. De uiteindelijke vertraging van de passagier op de eindbestemming is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.
5.5.
Voorts dient de vraag beantwoord te worden of Austrian alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen. Austrian heeft aangevoerd dat op de luchthaven van Wenen een minimale overstaptijd (MCT) van 25 minuten geldt. De passagier had oorspronkelijk een overstaptijd van 55 minuten. Naar het oordeel van de kantonrechter dient een luchtvaartmaatschappij bij het boeken van de vlucht voldoende overstaptijd in acht te nemen om eventuele vertragingen op te kunnen vangen. Austrian heeft bij het boeken een buffer gehanteerd van 30 minuten. Een buffer van 30 minuten wordt voldoende geacht. Austrian heeft aangevoerd dat zij de passagier heeft omgeboekt naar de eerst mogelijke vlucht met plaats. De passagier betwist dat en stelt dat Austrian haar had moeten omboeken naar een eerdere vlucht, te weten KL1848 en dat het op de weg ligt van Austrian om te bewijzen dat op die vlucht geen plaats was. Deze stelling wordt verworpen. In beginsel mag er van worden uitgegaan dat luchtvaartmaatschappijen die een passagier moeten omboeken dat doen op de eerst mogelijk beschikbare plaats op een andere vlucht. De passagier heeft nagelaten gemotiveerd toe te lichten waarom dat in dit geval anders zou zijn. Het enkele feit dat er ook een eerdere vlucht naar Amsterdam ging is daarvoor in elk geval onvoldoende. Er is dan ook niet vast komen te staan dat de passagier eerder naar haar eindbestemming vervoerd had kunnen worden. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van Austrian worden verwacht.
5.6.
Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagier worden afgewezen. De overige verweren van Austrian behoeven geen bespreking meer.
5.7.
De proceskosten komen voor rekening van de passagier, omdat deze ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Austrian worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Austrian.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter