ECLI:NL:RBNHO:2020:6674
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde tussenwoning uit 1932 in Haarlem
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning te Haarlem, bouwjaar 1932, en stelt een lagere waarde van € 265.000 voor op basis van een taxatierapport. Verweerder heeft een waardematrix met vier vergelijkingsobjecten overgelegd, die een waarde van € 307.000 onderbouwen.
De rechtbank overweegt dat verweerder de bewijslast heeft voldaan met de waardematrix, waarin rekening is gehouden met de matige staat van onderhoud van de woning. De vergelijkingsobjecten zijn qua inhoud en onderhoud vergelijkbaar en recent verkocht rond de waardepeildatum 1 januari 2018.
Het door eiser ingebrachte taxatierapport is minder betrouwbaar omdat niet duidelijk is hoe de correctie op onderhoud is berekend en omdat de vergelijkingsobjecten minder goed vergelijkbaar zijn. De rechtbank acht de WOZ-waarde in verhouding tot de marktgegevens en de staat van onderhoud passend.
Verder is geoordeeld dat verweerder niet in strijd heeft gehandeld met artikel 40 Wet Pro WOZ door geen grondstaffel te overleggen, omdat deze in deze zaak geen invloed heeft op de waardebepaling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.