ECLI:NL:RBNHO:2020:6643

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
27 augustus 2020
Zaaknummer
HAA 20/2947
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 ParticipatiewetArt. 11 ParticipatiewetArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering

Verzoekster had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om haar aanvraag voor een algemene bijstandsuitkering af te wijzen. Nadat verweerder het besluit had herzien en verzoekster bijstand toegekend, trok verzoekster haar verzoek tot voorlopige voorziening in. Tegelijkertijd verzocht zij om een proceskostenveroordeling van verweerder.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht een proceskostenveroordeling mogelijk is wanneer het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt en het verzoek wordt ingetrokken. De kosten van rechtsbijstand door een derde in de procedure kwamen voor vergoeding in aanmerking.

De voorzieningenrechter wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe en veroordeelde verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Daarnaast werd verweerder aanbevolen het betaalde griffierecht van € 48,- aan verzoekster te vergoeden. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad is veroordeeld tot betaling van € 525,- aan proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Sector bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/2947

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2020 in de zaak tussen

[verzoekster], te [woonplaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. R. Grijpstra),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij besluit van 22 mei 2020 besloten de aangevraagde algemene bijstandsuitkering op grond van artikel 17 en Pro artikel 11 van Pro de Participatiewet af te wijzen.
Verzoekster heeft tegen dit besluit bij brief van 28 mei 2020 bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoekster de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft bij besluit van 2 juni 2020 de beslissing van 22 april 2020 (lees 22 mei 2020) herzien. Verzoekster ontvangt bijstand voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud vanaf 24 maart 2020.
Verzoekster heeft bij brief van 11 juni 2020 het verzoekschrift ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het verzoek is verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft bij brief van 16 juni 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft verweer gevoerd. Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven voor afdoening van de zaak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a van de Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. Ingevolge artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb is artikel 8:75a Awb van overeenkomstige toepassing op uitspraken in de voorlopige voorzieningenprocedure.
4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek is ingetrokken omdat verweerder is tegemoetgekomen en dat verzoekster tegelijk met de intrekking van het verzoek heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
5. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toe te wijzen.
6. De kosten hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 525,- in verband met het verzoek om voorlopige voorziening (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1).
7. Deze uitspraak kan geen betrekking hebben op vergoeding van betaald griffierecht. Op grond van artikel 8:82, zesde lid, van de Awb, kan verweerder in dit geval zelf beslissen het door verzoekster betaalde griffierecht van € 48,- aan haar te vergoeden. Nu verweerder alsnog aan verzoekster is tegemoetgekomen is het volgens de voorzieningenrechter gepast als verweerder dat ook doet.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 525,-
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. De beslissing is uitgesproken op
Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak zo nodig alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.