Op 9 april 2019 is verdachte op Schiphol gearresteerd met 2.026,3 gram cocaïne in zijn rugtas, die hij vanuit Brazilië naar Nederland bracht. Verdachte verklaarde dat hij de tas van een vrijwel onbekende persoon had gekregen en niet bewust was van de inhoud, maar de rechtbank oordeelde dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de tas verboden middelen bevatte, waarmee voorwaardelijk opzet werd vastgesteld.
De rechtbank nam als uitgangspunt dat passagiers verantwoordelijk zijn voor hun bagage, tenzij bijzondere omstandigheden ontbreken. Verdachte was op doorreis naar het Verenigd Koninkrijk en had de tas niet gecontroleerd, ondanks twijfels over de inhoud. Gezien de hoeveelheid cocaïne en de context werd aangenomen dat de drugs bestemd waren voor handel, wat ernstige maatschappelijke gevolgen heeft.
De officier van justitie eiste 24 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De verdediging vroeg vrijspraak of een straf beperkt tot het voorarrest. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, rekening houdend met de gevorderde leeftijd en kwetsbare gezondheid van verdachte.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en strafbaar, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen, en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht. Het vonnis werd uitgesproken op 25 augustus 2020 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland.