ECLI:NL:RBNHO:2020:6637

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 september 2020
Publicatiedatum
27 augustus 2020
Zaaknummer
HAA 20/814
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht in bestuursrechtelijke procedure

Eiser heeft op 12 februari 2020 digitaal beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De rechtbank heeft eiser tweemaal in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €178,- te betalen, maar eiser heeft niet gereageerd en het griffierecht niet voldaan.

Nader onderzoek wees uit dat de aanmaning per aangetekende brief op 24 maart 2020 is bezorgd en door een ontvanger is getekend. Eiser heeft geen reden gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, waardoor geen sprake is van een verontschuldiging.

Op grond van artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) leidt het niet tijdig betalen van het griffierecht tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep dan ook niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op 4 september 2020 door rechter W.B. Klaus in Haarlem. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 20/814
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2020 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,verweerder
Procesverloop
Eiser heeft op 12 februari 2020 digitaal beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van verweerder van 7 februari 2020, verzonden op 10 februari 2020.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht op grond van artikel 8:41, tweede lid, van de Awb € 178,-. Op grond van artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb moet het griffierecht binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier dat het verschuldigd is, zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, is het beroep op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
3. De griffier heeft bij brief van 20 februari 2020 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiser heeft niet gereageerd. Vervolgens heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 20 maart 2020 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Nader door de rechtbank ingesteld onderzoek bij PostNL heeft uitgewezen dat deze brief op 24 maart 2020 is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft niet gereageerd.
4. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, rechter, in aanwezigheid van N. Joacim, griffier. Deze uitspraak is gedaan op
Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.