ECLI:NL:RBNHO:2020:6588
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van de gemeente Zaanstad heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege de vondst van harddrugs, wapens en munitie in de woning. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er een spoedeisend belang was, omdat verzoeker geen alternatieve woonruimte kon vinden. Tijdens het onderzoek bleek dat ruim 20 gram harddrugs was aangetroffen, wat ruim boven de gebruikershoeveelheid ligt, en dat de woning vermoedelijk werd gebruikt voor drugshandel. Verzoeker stelde dat hij zijn leven had gebeterd en dat de sluiting disproportioneel zou zijn vanwege zijn verslavingsproblematiek, financiële situatie en de belangen van zijn kinderen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ernst van de overtreding en het doel van het beleid, namelijk het beëindigen van drugshandel en het herstellen van de openbare orde, zwaarder wegen dan de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. De sluiting van de woning is een passende maatregel en de belangen van de kinderen zijn onvoldoende zwaarwegend om van sluiting af te zien.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en bleef de sluiting van de woning voor drie maanden gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.