ECLI:NL:RBNHO:2020:6500
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ambtshalve uitschrijving BRP wegens verblijf in Duitsland
Verzoeker is ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) per 3 maart 2020 met als reden dat hij vertrokken is naar Duitsland. Dit besluit volgde na een onderzoek waaruit bleek dat verzoeker niet meer woonachtig was op het opgegeven Nederlandse adres, ondanks dat hij post ontving en een huurovereenkomst had. Verzoeker voerde aan dat hij door gezondheidsproblemen en een operatie nog niet op het nieuwe adres kon verblijven en dat hij wel degelijk daar woont.
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit een voorlopig karakter heeft en dat het geschil draait om de vraag of verzoeker terecht is uitgeschreven. Uit het onderzoek blijkt dat verzoeker langdurig in Duitsland verblijft en niet op het Nederlandse adres woont, ondanks de huurovereenkomst en postontvangst. Jurisprudentie stelt dat iemand geacht mag worden naar het buitenland te zijn vertrokken indien hij verwacht wordt ten minste twee derde van het jaar buiten Nederland te verblijven.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang van verzoeker aannemelijk vanwege zijn financiële en medische situatie, maar ziet geen redelijke kans van slagen voor het bezwaar tegen de uitschrijving. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan op 4 augustus 2020 door de voorzieningenrechter Everaerts.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ambtshalve uitschrijving uit de BRP wordt afgewezen.