Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
2 tot en met 4 ten laste gelegde feiten.
17 december 2019, bruikbaar voor het bewijs. Het tot een andere conclusie strekkende verweer van de raadsman wordt verworpen.
1 oktober 1999, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt en die hij verzorgde als behorend tot zijn gezin, een ontuchtige handeling te plegen, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam slachtoffer 2] , immers heeft hij, verdachte, terwijl voornoemde [naam slachtoffer 2] op een bed lag met haar benen omhoog, zijn penis in de vagina van voornoemde [naam slachtoffer 2] trachten te brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
11 jaren oud. Zij was kwetsbaar als gevolg van een verstandelijke beperking. Verdachte heeft op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van [voornaam slachtoffer 1] . Hij heeft misbruik gemaakt van de jonge leeftijd en de kwetsbaarheid van [voornaam slachtoffer 1] en zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen seksuele lusten. Verdachte heeft een onveilige situatie gecreëerd in een omgeving die voor [voornaam slachtoffer 1] veilig had moeten zijn, namelijk de woning waar haar moeder, die veel medische problemen heeft, verbleef. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten hiervan vaak zeer langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat [voornaam slachtoffer 1] , maar ook haar omgeving, ernstig te kampen hebben met gevoelens van verdriet, onveiligheid en machteloosheid.
7.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
36 maanden.
12 maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaren.
[voorletters slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.191,-, bestaande uit € 191,- als vergoeding voor de materiële en € 5.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [voorletters slachtoffer 1] [naam slachtoffer 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[voorletters slachtoffer 2] [naam slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.000,-, bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [voorletters slachtoffer 2] [naam slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.