Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiseres], te [woonplaats], eiseres,
Procesverloop
Overwegingen
“
U heeft vanaf 10 juli 2018 voor woon-werkverkeer de mogelijkheid om gebruik te maken van een Canta, van uw huisadres naar het NS Station [plaats 1] en terug.Als u de Canta niet kunt gebruiken bijvoorbeeld ten gevolge van medische redenen, reparatie of weersomstandigheden, dan kunt u incidenteel gebruik maken van een taxi om van uw huis naar het NS station [plaats 1] te komen, om daarna met de trein verder te reizen naar uw werk op [plaats 2].Wanneer de trein door omstandigheden niet rijdt, kunt u incidenteel gebruik maken van een taxi voor vervoer van uw huisadres naar uw werk op [plaats 2] en terug naar huis.(…)
Verder voert eiseres aan dat verweerder geen inhoudelijke reactie heeft gegeven op de door haar in bezwaar naar voren gebrachte omstandigheid dat WEGA taxi haar niet van huis naar station [plaats 1] rijdt, omdat dit volgens het bedrijf niet rendabel is. Een ander taxibedrijf is nog niet gevonden. Daarbij is ook van belang dat lang buiten wachten op een taxi of de trein volgens eiseres niet haalbaar is, wat afspreken met een taxi voor een rit naar huis of het station erg lastig maakt.
Verweerder wijst erop dat de facturen in het dossier betrekking hebben op december 2017 tot en met november 2018. In die facturen is uitgegaan van 49,2 km voor een enkele reis. Omdat met de beslissing van 12 juli 2018 vanaf 10 juli 2018 werd uitgegaan van een afstand van 84 km voor een retour (42 km voor een enkele reis) geldt voor de facturen die betrekking hebben op de periode vóór 10 juli 2018 nog de afstand van 49,2 km.
Uit de facturen blijkt volgens verweerder dat alleen de factuur van 1 december 2018 over de maand november 2018 ten onrechte niet uitgaat van 42 km. De factuur van 1 december 2018 is daarom ten gunste van eiseres gecorrigeerd in het primaire besluit 1.
Verder wijst verweerder erop dat de voorwaarden genoemd in de primaire besluiten 2 en 3 over de incidentele taxikostenvergoeding erop gericht zijn dat het uitgangspunt is dat eiseres met de Canta naar station [plaats 1] gaat, tenzij sprake is van de uitzonderingssituaties zoals in het besluit genoemd. In die uitzonderingssituaties kan eisers incidenteel gebruik maken van taxivervoer naar station [plaats 1]. Als eisers de Canta niet kan gebruiken, valt volgens verweerder niet in te zien waarom ze na het uitstappen uit de trein haar werkplek niet kan bereiken, want voor dat laatste stuk wordt de Canta immers niet gebruikt. Verweerder wijst er overigens op dat de facturen in het dossier laten zien dat als eiseres gebruik maakt van de taxi, dit van deur tot deur is en niet alleen van haar woning tot het station [plaats 1]. Verder licht verweerder toe dat WEGA taxi in de besluiten wordt genoemd, omdat dat bedrijf een contractpartij is van verweerder. Verweerder stelt dat eiseres de vrijheid heeft om geen gebruik te maken van WEGA Taxi, maar zelf een ander taxibedrijf kan zoeken en inschakelen.
Verweerder wijst er op dat de facturen in het dossier laten zien dat in de gevallen waarin eiseres gebruik heeft maakt van de taxi dit van deur tot deur is en niet alleen van haar woning tot het station [plaats 1], zoals in de voorwaarden van de primaire besluiten 2 en 3 vermeld. Eiseres heeft ook niet betwist dat zij vergoeding voor het volledige traject van woning tot werk heeft ontvangen.