ECLI:NL:RBNHO:2020:5764

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juli 2020
Publicatiedatum
29 juli 2020
Zaaknummer
8238325
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 RVVArt. 6:119 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding na botsing scooter met auto wegens ontbreken noodzaak remmen

Op 23 maart 2019 botste de scooterbestuurder achterop een Volkswagen Polo op de Rijksstraatweg te Haarlem. De verzekeraar van de autobestuurder, Unigarant, werd aansprakelijk gesteld voor de schade, maar wees dit af. De bewindvoerder van de scooterbestuurder vorderde een voorschot van €4200.

De bewindvoerder stelde dat de autobestuurder zonder noodzaak had geremd, wat een gevaarlijke situatie veroorzaakte. Volgens het politieproces-verbaal en de stellingen van partijen was er echter een geldige reden voor het remmen, namelijk het inparkeren van een bestelbus. De scooterbestuurder had niet binnen de zichtafstand kunnen stoppen zoals vereist volgens artikel 19 RVV Pro.

De kantonrechter oordeelde dat de autobestuurder niet onrechtmatig had gehandeld en dat de scooterbestuurder de schade zelf moest dragen. De vordering werd afgewezen en de bewindvoerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de autobestuurder niet zonder noodzaak heeft geremd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 8238325 \ CV EXPL 19-9809
Uitspraakdatum: 15 juli 2020
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting Stichting Budgetin haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende]
gevestigd te Haarlem
eiseres
verder te noemen: de bewindvoerder q.q. dan wel [rechthebbende]
gemachtigde: mr. B. Wernik
[toevoeging verleend aan [rechthebbende] onder nummer 4NO0353]
tegen
de naamloze vennootschap Unigarant N.V.
gevestigd te Hoogeveen
gedaagde
verder te noemen: Unigarant
gemachtigde: mr. A.J.J. le Poole.

1.Het procesverloop

1.1.
De bewindvoerder q.q. heeft bij dagvaarding van 18 december 2019 een vordering tegen Unigarant ingesteld. Unigarant heeft schriftelijk geantwoord. Vervolgens is bij tussenvonnis van 22 januari 2020 een comparitie bepaald, die echter als gevolg van Covid-19 geen doorgang heeft gevonden. De bewindvoerder q.q. heeft vervolgens alsnog schriftelijk gereageerd, waarna Unigarant een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
Op 23 maart 2019 is [rechthebbende] als bestuurder van een scooter op de Rijksstraatweg te Haarlem ter hoogte van nummer 582 achterop een Volkswagen Polo gereden, die werd bestuurd door [bestuurder] , hierna: [bestuurder] . Unigarant is de WAM-verzekeraar van [bestuurder] .
2.2.
De politie is ter plaatse gekomen en heeft de toedracht van het ongeval in een proces-verbaal als volgt beschreven:
“1 [ [rechthebbende] ] reed over de Rijksstraatweg ter hoogte van 582 in Haarlem, komende uit de richting van de Muiderslotweg, rijdend in de richting van het Marsmanplein. Voor 1 reed 2 [ [bestuurder] ] in dezelfde richting. Door de noodzaak van het verkeer geboden remde 2. Op dit moment was 1 niet in staat zijns voertuig tot stand te brengen binnen de afstand waarover de weg was te overzien en waarover deze vrij was. Hierdoor ontstond tussen beiden een aanrijding met vermelde schade.”
2.3.
[rechthebbende] heeft ten gevolge van het ongeval letsel opgelopen aan beide handen.
2.4.
Bij brief van 14 juni 2019 heeft [rechthebbende] Unigarant aansprakelijk gesteld voor de door hem als gevolg van bedoeld ongeval geleden schade. Unigarant heeft de aansprakelijkheid afgewezen.

3.De vordering

3.1.
De bewindvoerder q.q. vordert dat de kantonrechter Unigarant veroordeelt tot betaling van € 4200,00 als voorschot, te vermeerderen met rente en kosten.
3.2.
De bewindvoerder q.q. legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [bestuurder] zonder noodzaak heeft geremd en daarmee een gevaarzettende situatie heeft gecreëerd.

4.Het verweer

4.1.
Unigarant betwist de vordering. Bij de beoordeling zal zo nodig op de standpunten van Unigarant worden ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De bewindvoerder q.q. heeft bij conclusie van repliek nader gesteld dat [rechthebbende] voor het ongeval achter de auto van [bestuurder] stond te wachten voor een rood verkeerslicht. Voor de auto van [bestuurder] stond nog een zwarte bestelbus. Toen het verkeerslicht op groen sprong zijn beide auto’s en met enige vertraging opgetrokken. Eenmaal over de kruising zag [rechthebbende] dat de bestelbus was gestopt om achteruit in te parkeren, waarbij [bestuurder] een noodstop maakte evenals [rechthebbende] zelf die daarbij tegen de Volkswagen Polo is aangereden.
5.2.
Uit deze stellingen, gelezen in samenhang met het sub 2.2 genoemde politie proces-verbaal, volgt dat [bestuurder] niet zonder noodzaak heeft geremd, zodat de bewindvoerder q.q. onvoldoende duidelijk heeft gemaakt waarom Unigarant als WAM-verzekeraar van [bestuurder] aansprakelijk zou kunnen zijn voor de schade van [rechthebbende] . Volgens de eigen stellingen van de bewindvoerder q.q. had [bestuurder] immers een goede reden om te remmen en was hij daar ook toe gehouden. Net als [rechthebbende] zelf die op grond van artikel 19 RVV Pro gehouden was om zijn scooter tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de weg was te overzien en waarover deze vrij was. [rechthebbende] heeft dat niet gedaan en de schade die daardoor is ontstaan komt daarom voor zijn eigen rekening. Om die reden heeft zijn verzekeraar ook de schade die als gevolg van het ongeval was ontstaan aan de auto van [bestuurder] vergoed.
5.3.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van de bewindvoerder q.q. zal afwijzen.
5.4.
De proceskosten komen voor rekening van de bewindvoerder q.q., omdat zij ongelijk krijgt. De kantonrechter ziet geen reden om daarbij af te wijken van het toepasselijke liquidatietarief als door Unigarant betoogd; er is geen sprake van nodeloos veroorzaakte kosten. De gevorderde rente over de proceskosten is toewijsbaar vanaf de vijftiende dag na betekening van het vonnis.
5.5.
Daarbij wordt de bewindvoerder q.q. ook veroordeeld tot betaling van € 120,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Unigarant worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. De nakosten worden overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 120,00.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst de vordering af;
6.2.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Unigarant worden vastgesteld op een bedrag van € 480,00 aan salaris van de gemachtigde van Unigarant, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening van het vonnis tot de dag van algehele voldoening;
6.3.
veroordeelt de bewindvoerder q.q. tot betaling van € 120,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door Unigarant worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter