ECLI:NL:RBNHO:2020:5708

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 juli 2020
Publicatiedatum
28 juli 2020
Zaaknummer
HAA 19/4664
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen waarin haar aanvraag voor een Ziektewet-uitkering werd afgewezen. Na een gewijzigde beslissing op bezwaar waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard, trok eiseres haar beroep in. Tegelijkertijd verzocht zij om een afzonderlijke uitspraak waarin verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank stelde vast dat het beroep was ingetrokken vanwege de tegemoetkoming van verweerder en dat het verzoek om proceskostenvergoeding tijdig was ingediend. De rechtbank beoordeelde dat de kosten betrekking hadden op beroepsmatige rechtsbijstand en dat deze binnen de vergoedingsregels van het Besluit proceskosten bestuursrecht vielen.

De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van €525,- aan proceskosten en €47,- aan griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen, met mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €525,- proceskosten en €47,- griffierecht aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/4664

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. F.M. Meis),

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,verweerder
(gemachtigde: [naam] ).

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres per 28 februari 2019 arbeidsgeschikt geacht voor tenminste een van de geduide functies en de aanvraag voor een Ziektewet-uitkering afgewezen.
Bij besluit van 25 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 maart 2020 heeft verweerder het bezwaar gericht tegen het primaire besluit alsnog gegrond verklaard.
Eiseres heeft bij brief van 9 april 2020 het beroep ingetrokken. Tegelijk met de intrekking van het beroep heeft eiseres verzocht om verweerder ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank.
De rechtbank heeft bij brief van 18 mei 2020 verweerder in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Verweerder heeft bij brief van 20 mei 2020 gereageerd.
Nu partijen niet hebben verzocht om op een zitting te worden gehoord heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de kosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). In het Besluit zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop een veroordeling uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.
2. In geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan ingevolge artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten worden veroordeeld. Het verzoek wordt gedaan tegelijk met de intrekking van het beroep.
3. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder tegemoet is gekomen aan eiseres en dat eiseres tegelijk met de intrekking van het beroep heeft verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.
4. De rechtbank zal het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen toewijzen.
5. De kosten die eiseres vergoedt wenst te zien, hebben betrekking op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in de procedure bij de rechtbank en komen ingevolge het bepaalde in artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit voor vergoeding in aanmerking. Deze kosten zijn ingevolge het Besluit € 525,- in verband met het beroep (1 punt voor het beroepschrift, en wegingsfactor 1).
6. Ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb dient het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van € 47,- te worden vergoed door verweerder.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten in beroep tot een bedrag van
€ 525,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.R. ten Berge, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 21 juli 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.