ECLI:NL:RBNHO:2020:5661
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk ouderlijk gezag aan meemoeder in belang van het kind
Twee moeders en een homoseksuele vader hebben samen gekozen voor het krijgen van een kind. De vader heeft het kind erkend, waardoor de meemoeder niet automatisch het gezag kon krijgen. Hoewel de wettelijke criteria voor gezamenlijk gezag nog niet waren vervuld, heeft de rechtbank de meemoeder toch mede belast met het gezag.
De rechtbank overweegt dat de wettelijke termijnen bedoeld zijn om het belang van het kind te beschermen en te voorkomen dat een nieuwe partner te snel gezag krijgt. In deze situatie is er echter sprake van een stabiele relatie van vijf jaar tussen de moeders en een gezamenlijk ouderschapsplan, waarbij de meemoeder al vanaf de geboorte nauw betrokken is bij de opvoeding.
De rechtbank acht het daarom in het belang van het kind om de juridische situatie aan te passen aan de feitelijke situatie en de intentie van alle partijen. Er zijn geen aanwijzingen dat de belangen van het kind of de vader worden geschaad. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan worden aangevochten door hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en belast de meemoeder mede met het ouderlijk gezag over het kind.