ECLI:NL:RBNHO:2020:5578
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing Tozo-aanvraag wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, werkzaam als sekswerker, diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). Verweerder weigerde de aanvraag omdat verzoekster tijdens de aanvraagperiode in het buitenland verbleef en de identiteit niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Verzoekster ontving een voorschot voor maart en april 2020, maar de aanvraag voor mei werd afgewezen.
Verzoekster stelde dat zij door de coronamaatregelen haar werk niet kon uitvoeren en daardoor in financiële problemen verkeerde. Zij betwistte het oordeel over haar verblijf in het buitenland en stelde dat zij aan de voorwaarden voor de Tozo-uitkering voldeed. Verzoekster verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om financiële nood te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang. Er was geen acute financiële nood of onomkeerbare situatie aangetoond. Het voorschot was reeds verstrekt, en een nieuwe aanvraag voor verlenging van de uitkering was ingediend. De rechter wees het verzoek af en benadrukte dat het bezwaar en de nieuwe aanvraag eerst moeten worden afgewacht.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter mr. A.R. ten Berge op 20 juli 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de Tozo-aanvraag is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.